Vimovo 500mg/20mg Tabl Met Gereguleerde Afl 60
Op voorschrift
Geneesmiddel

Vimovo 500mg/20mg Tabl Met Gereguleerde Afl 60

  € 31,04

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 31,04 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 31,04 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 31,04
Onmiddellijk beschikbaar

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Algemeen De combinatie van VIMOVO en NSAID's, inclusief cyclooxygenase-2 selectieve remmers, dient te worden vermeden vanwege de cumulatieve risico's van het opwekken van ernstige NSAID�gerelateerde bijwerkingen. VIMOVO kan gebruikt worden met een lage dosis acetylsalicylzuur (zie ook rubriek 4.5). Bijwerkingen kunnen beperkt worden door de laagste effectieve dosis te gebruiken gedurende de kortste behandelingsduur die nodig is om de symptomen onder controle te krijgen (zie rubriek 4.2 en hierna onder 'Gastro-intestinale effecten' en onder 'Cardiovasculaire effecten'). Om overbehandeling te voorkomen dient de voorschrijver, op zinvolle klinische intervallen, gebaseerd op de individuele risico's en afhankelijk van de kenmerken en de ernst van de onderliggende te behandelen ziekte, te bepalen of voldoende pijnbestrijding mogelijk is met lagere doses NSAID's in een niet-vaste dosis-combinatie. Als een totale dagelijkse dosis van 1000 mg naproxen (500 mg tweemaal daags) niet geschikt wordt geacht, dient een alternatieve behandeling met een lagere dosis van naproxen of van andere NSAID's te worden gebruikt als bestanddelen los van elkaar en dient bovendien een herevaluatie van de noodzaak tot voortzetting van de maagbeschermende behandeling plaats te vinden. Risicofactoren voor het ontwikkelen van NSAID geassocieerde gastro-intestinale complicaties zijn hoge leeftijd, gelijktijdig gebruik van anticoagulantia, corticosteroïden, andere NSAID's inclusief een lage dosis acetylsalicylzuur, invaliderende cardiovasculaire ziekte, infectie met Helicobacter pylori en een voorgeschiedenis van gastrische en/of duodenale ulcera en bovenste gastro-intestinale bloedingen. Bij patiënten met de volgende aandoeningen dient naproxen alleen gegeven te worden na een zorgvuldige afweging van de benefit-risk ratio:  Induceerbare porfyrieën  Systemische lupus erythematosus en mixed connective tissue disease, vermits zeldzame gevallen van aseptische meningitis zijn beschreven bij deze patiënten. Patiënten die langdurig behandeld worden (in het bijzonder patiënten die langer dan een jaar behandeld worden) dienen regelmatig te worden gecontroleerd. VIMOVO bevat zeer geringe hoeveelheden methyl- en propylparahydroxybenzoaat die (mogelijk vertraagde) allergische reacties kunnen veroorzaken (zie rubrieken 2 en 6.1). Ouderen Naproxen: Bij ouderen is de frequentie van bijwerkingen hoger, voornamelijk deze van gastro�intestinale bloedingen en perforaties, welke fataal kunnen zijn (zie rubrieken 4.2 en 5.2). De esomeprazolcomponent van VIMOVO verminderde de incidentie van ulcera bij ouderen. Gastro-intestinale effecten Naproxen: Gastro-intestinale bloedingen, ulceraties of perforaties, die fataal kunnen zijn, zijn gemeld bij alle NSAID's op elk moment van de behandeling, met of zonder waarschuwingssymptomen of een voorgeschiedenis van ernstige gastro-intestinale problemen. De kans op een gastro-intestinale bloeding, ulceratie of perforatie met NSAID's is hoger met het toenemen van de dosis, bij patiënten met een voorgeschiedenis van ulcus, in het bijzonder indien er sprake was van een bloeding of perforatie (zie rubriek 4.3), en bij ouderen. Deze patiënten dienen de behandeling te beginnen met de laagst beschikbare dosis. Een combinatietherapie met beschermende middelen (bijv. misoprostol of protonpompremmers) moet overwogen worden voor deze patiënten, en ook voor patiënten die gelijktijdig een lage dosis acetylsalicylzuur of andere geneesmiddelen nodig hebben, die het gastro-intestinale risico kunnen verhogen (zie hierna en rubriek 4.5). De esomeprazol component van VIMOVO is een protonpompremmer. Patiënten met een voorgeschiedenis van gastro-intestinale toxiciteit, in het bijzonder ouderen, dienen alle ongebruikelijke abdominale klachten (met name een gastro-intestinale bloeding), in het bijzonder aan het begin van de behandeling, te melden. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die gelijktijdig NSAID's en andere medicatie krijgen die de kans op een ulceratie of een bloeding kan verhogen, zoals orale corticosteroïden, anticoagulantia zoals warfarine, selectieve serotonine–heropnameremmers of plaatjesaggregatieremmers zoals acetylsalicylzuur (voor informatie over het gebruik van VIMOVO met een lage dosis acetylsalicylzuur, zie rubriek 4.5). Ulcus complicaties, zoals bloedingen, perforatie en obstructie, zijn niet onderzocht in de studies met VIMOVO. Als tijdens de behandeling met VIMOVO bij patiënten een gastro-intestinale bloeding of ulceratie optreedt, dient de behandeling te worden gestaakt (zie rubriek 4.3). NSAID's dienen voorzichtig te worden toegediend aan patiënten met een voorgeschiedenis van gastro�intestinale problemen (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn) aangezien deze aandoeningen kunnen verergeren (zie rubriek 4.8 - Bijwerkingen). Esomeprazol: Bij alarmsymptomen (zoals bijvoorbeeld significant en onbedoeld gewichtsverlies, veelvuldig braken, dysfagie, hematemesis of melaena) en bij een vermoed of aanwezig gastrisch ulcus, moet een maligne aandoening worden uitgesloten. Behandeling met esomeprazol magnesium kan namelijk de klachten verlichten en de diagnose vertragen. Ondanks de toevoeging van esomeprazol aan de combinatietablet kan dyspepsie nog steeds optreden (zie rubriek 5.1). Behandeling met protonpompremmers kan leiden tot een geringe risicotoename van gastro-intestinale infecties zoals Salmonella en Campylobacter (zie rubriek 5.1). Esomeprazol zou, net als andere zuurremmende geneesmiddelen, de absorptie van vitamine B12 (cyanocobalamine) kunnen reduceren door hypo- of achloorhydrie. Hiermee moet rekening gehouden worden bij langetermijn behandeling van patiënten met verminderde lichaamsreserves of met risicofactoren voor verminderde vitamine B12 absorptie. Cardiovasculaire en cerebrovasculaire effecten Naproxen: Passende controle en advies zijn vereist voor patiënten met een voorgeschiedenis van hypertensie en/of mild tot matig congestief hartfalen aangezien vochtretentie en oedeem zijn gemeld in relatie tot behandeling met NSAID's. Klinisch onderzoek en epidemiologische gegevens suggereren dat het gebruik van coxibs en sommige NSAID's (in het bijzonder bij hoge doseringen en bij langdurige behandeling) geassocieerd kan worden met een kleine toename van het risico op arteriële trombotische gebeurtenissen (bijvoorbeeld myocardinfarct of beroerte). Hoewel gegevens erop lijken te wijzen dat het gebruik van naproxen (1000 mg per dag) mogelijk geassocieerd is met een lager risico, kan enig risico niet worden uitgesloten. Patiënten met ongecontroleerde hypertensie, congestief hartfalen, vastgestelde ischemische hartziekte, perifere arteriële ziekte, en/of cerebrovasculaire ziekte dienen slechts met naproxen te worden behandeld na zorgvuldige afweging. Een vergelijkbare overweging dient te worden gemaakt voor het starten van langdurige behandeling van patiënten met cardiovasculaire risicofactoren (zoals hypertensie, hyperlipidemie, diabetes mellitus, roken). Renale effecten Naproxen: Langdurige toediening van NSAID's heeft geresulteerd in renale papilnecrose en andere nierschade. Renale toxiciteit is eveneens waargenomen bij patiënten bij wie renale prostaglandines een compenserende rol spelen bij het behoud van de nierperfusie. Bij deze patiënten kan toediening van een NSAID een dosisafhankelijke verlaging geven van de prostaglandineproductie en in tweede instantie een verlaging van de renale doorbloeding, wat kan overgaan in manifeste renale decompensatie. Patiënten met de grootste kans op deze reactie zijn patiënten met een verminderde nierfunctie, hypovolemie, hartfalen, leverdysfunctie, zoutdepletie, patiënten die diuretica, angiotensine converting enzym (ACE) remmers, of angiotensine II receptor antagonisten gebruiken en ouderen. Bij het stoppen van de behandeling met een NSAID wordt gewoonlijk de toestand van voor de behandeling hersteld (zie ook hierna, en rubrieken 4.2 en 4.5). Acute tubulo-interstitiële nefritis (TIN) is waargenomen bij patiënten die producten gebruikten die esomeprazol en naproxen bevatten en kan op elk moment tijdens de behandeling met VIMOVO optreden (zie rubriek 4.8). Acute tubulo-interstitiële nefritis kan leiden tot nierfalen. De behandeling met VIMOVO moet worden gestaakt bij vermoeden van TIN en er moet onmiddellijk een geschikte behandeling worden gestart. Gebruik bij patiënten met nierinsufficiëntie Aangezien naproxen en naproxenmetabolieten in grote mate (95%) via glomerulaire filtratie door urinaire excretie worden geëlimineerd, dient het met grote voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een verminderde nierfunctie en het wordt aanbevolen om de serumcreatinine en/of creatinineklaring bij deze patiënten te controleren. VIMOVO is gecontra-indiceerd voor gebruik bij patiënten met een baseline creatinineklaring van minder dan 30 ml/minuut (zie rubriek 4.3). De plasmaconcentratie van naproxen wordt door hemodialyse niet verlaagd vanwege de hoge mate van eiwitbinding. Bij bepaalde patiënten, in het bijzonder patiënten bij wie de renale doorbloeding gecompromitteerd is vanwege extracellulaire volumedepletie, levercirrose, natriumbeperking, congestief hartfalen en een reeds bestaande nierziekte, dient de nierfunctie voorafgaand aan en tijdens de behandeling met VIMOVO te worden beoordeeld. Enkele oudere patiënten bij wie nierinsufficiëntie kan worden geacht, alsook patiënten die diuretica, ACE-remmers of angiotensine II receptor antagonisten gebruiken vallen ook in deze categorie. Een verlaging van de dagelijkse dosis moet overwogen worden om de kans op overmatige stapeling van naproxenmetabolieten bij deze patiënten te vermijden. Hepatische effecten Geringe verhogingen in de uitkomsten van een of meer leverfunctiemetingen kunnen optreden bij patiënten die NSAID's gebruiken. Hepatische afwijkingen kunnen eerder het gevolg zijn van overgevoeligheid dan van directe toxiciteit. Er zijn zeldzame gevallen van ernstige hepatische reacties, waaronder geelzucht en fatale fulminante hepatitis, levernecrose en leverfalen, waarvan enkele met fatale afloop, gerapporteerd. Hepatorenaal syndroom Het gebruik van NSAID's kan gepaard gaan met acuut nierfalen bij patiënten met ernstige levercirrose. Deze patiënten hebben meestal gelijktijdig coagulopathie gerelateerd aan inadequate synthese van stollingsfactoren. Ook kan het risico op ernstige bloedingen bij deze patiënten verhogen door het effect van naproxen op de bloedplaatjesaggregatie. Hematologische effecten Naproxen: Patiënten met stollingsstoornissen of patiënten die behandeld worden met geneesmiddelen die een invloed hebben op de hemostase dienen zorgvuldig geobserveerd te worden als naproxen�bevattende geneesmiddelen worden toegediend. Patiënten met een hoog risico op bloedingen en patiënten die een volledige antistollingsbehandeling krijgen (bijvoorbeeld dicoumarolderivaten) kunnen een verhoogd risico lopen op bloedingen als gelijktijdig naproxen-bevattende geneesmiddelen worden toegediend (zie rubriek 4.5). Naproxen vermindert de plaatjesaggregatie en verlengt de bloedingstijd. Met dit effect dient rekening te worden gehouden bij de bepaling van de bloedingstijden. Wanneer bij patiënten die met VIMOVO worden behandeld een actieve en klinisch significante bloeding optreedt, ongeacht de oorsprong daarvan, dient de behandeling te worden gestopt. Oculaire effecten Naproxen: Vanwege schadelijke oculaire effecten die in dierstudies met NSAID's zijn waargenomen, wordt aanbevolen dat een oogonderzoek wordt uitgevoerd als er enige verandering of verstoring van de visus optreedt. Dermatologische effecten Naproxen: Ernstige huidreacties, waarvan enkele fataal, inclusief exfoliatieve dermatitis, Stevens�Johnson syndroom en toxische epidermale necrolyse zijn zeer zelden gemeld in relatie tot het gebruik van NSAID's (zie rubriek 4.8). Patiënten lopen aan het begin van de behandeling de hoogste kans op deze bijwerkingen. In de meeste gevallen ontstaat de reactie binnen de eerste maand van de behandeling. Medicijnreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) is gemeld bij patiënten die NSAID's gebruiken. Bij de eerste verschijnselen van huiduitslag, mucosale laesies of elk ander teken van overgevoeligheid dient VIMOVO gestopt te worden. Esomeprazol: Protonpompremmers worden geassocieerd met zeer zeldzame gevallen van subacute cutane lupus erythematosus (SCLE). Indien laesies optreden, vooral in gebieden van de huid die worden blootgesteld aan zonlicht, en indien deze laesies gepaard gaan met artralgie, dient de patiënt onmiddellijk medische hulp in te roepen en dient de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te overwegen de behandeling met VIMOVO stop te zetten. SCLE na eerdere behandeling met een protonpompremmer kan het risico van SCLE bij gebruik van andere protonpompremmers verhogen. Anafylactische (anafylactoïde) reacties Naproxen: Overgevoeligheidsreacties kunnen optreden bij daarvoor gevoelige personen. Anafylactische (anafylactoïde) reacties kunnen optreden bij patiënten met en zonder een geschiedenis van overgevoeligheid voor of blootstelling aan acetylsalicylzuur, andere NSAID's of naproxen-

bevattende producten. Zij kunnen ook optreden bij personen met een voorgeschiedenis van angio�oedeem, bronchospastische reactiviteit (bijv. astma), rhinitis en neuspoliepen. Reeds bestaande astma Naproxen: Ernstige bronchospasmen die fataal kunnen zijn, zijn in verband gebracht met het gebruik van acetylsalicylzuur bij patiënten met acetylsalicylzuurgevoelige astma. Aangezien kruisreactiviteit, inclusief bronchospasmen, tussen acetylsalicylzuur en andere NSAID's is gemeld bij dergelijke acetylsalicylzuurgevoelige patiënten, dient VIMOVO niet te worden toegediend aan patiënten met deze vorm van acetylsalicylzuurgevoeligheid (zie rubriek 4.3) en moet VIMOVO met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten met reeds bestaande astma. Ontsteking Naproxen: De antipyretische en anti-inflammatoire werking van naproxen kan koorts en andere tekenen van ontsteking reduceren en daarmee hun nut als diagnostische kenmerken verminderen. Vrouwelijke fertiliteit Het gebruik van VIMOVO kan, net zoals andere geneesmiddelen die de cyclooxygenase / prostaglandine synthese remmen, de vrouwelijke fertiliteit verstoren en wordt daarom niet aanbevolen bij vrouwen die zwanger willen worden. Bij vrouwen die problemen hebben om zwanger te worden of die infertiliteitsonderzoeken ondergaan moet overwogen worden om met VIMOVO te stoppen (zie rubriek 4.6). Combinatie met andere geneesmiddelen Gelijktijdige toediening van atazanavir met protonpompremmers wordt niet aangeraden (zie rubriek 4.5). Wanneer de combinatie van atazanavir met een protonpompremmer niet kan worden vermeden, wordt nauwkeurige klinische controle (bv. virus loading) in combinatie met verhoging van de dosering van atazanavir tot 400 mg samen met 100 mg ritonavir aanbevolen. De dosering van esomeprazol 20 mg dient niet te worden overschreden en daarom moet VIMOVO niet gelijktijdig gebruikt worden met atazanavir (zie rubriek 4.3). Esomeprazol is een CYP2C19-remmer. Bij het starten van of stoppen met de behandeling met esomeprazol moet rekening worden gehouden met potentiële interacties met geneesmiddelen die via CYP2C19 worden gemetaboliseerd. Er is een interactie waargenomen tussen clopidogrel en esomeprazol (zie rubriek 4.5). De klinische relevantie van deze interactie is onzeker. Als voorzorgsmaatregel dient het gelijktijdig gebruik van esomeprazol en clopidogrel te worden ontmoedigd. Hypomagnesiëmie Ernstige hypomagnesiëmie is gemeld bij patiënten die werden behandeld met protonpompremmers (PPIs) zoals esomeprazol gedurende ten minste 3 maanden, en in de meeste gevallen gedurende een jaar. Ernstige uitingen van hypomagnesiëmie, zoals vermoeidheid, tetanie, delirium, convulsies, duizeligheid en ventriculaire aritmie, kunnen optreden. Deze symptomen kunnen echter ongemerkt beginnen en over het hoofd worden gezien. Bij de meeste getroffen patiënten verbeterde de hypomagnesiëmie na aanvulling van magnesium en het staken van de PPI. Bij patiënten die naar verwachting langdurig behandeld zullen worden of die tegelijk met PPIs digoxine gebruiken of geneesmiddelen die kunnen leiden tot hypomagnesiëmie (bijvoorbeeld diuretica), dienen zorgverleners te overwegen om de magnesiumwaardes vóór de start van de PPI�behandeling en periodiek tijdens de behandeling te meten. Botfracturen Protonpompremmers kunnen, vooral bij gebruik van hoge doses en gedurende een lange behandelduur (> 1 jaar), een bescheiden verhoging van het risico op heup-, pols- en wervelkolomfracturen geven, voornamelijk bij ouderen of in aanwezigheid van andere erkende risicofactoren. Observationele studies wijzen erop dat protonpompremmers het totale risico op fracturen kunnen verhogen met 10- 40%. Een deel van deze toename kan het gevolg zijn van andere risicofactoren. Patiënten met risico op osteoporose dienen zorg, volgens de huidige behandelrichtlijnen, te ontvangen en zij moeten een juiste inname van vitamine D en calcium hebben. Interferentie met laboratoriumtests Een verhoogde spiegel van chromogranine A (CgA) kan onderzoeken naar neuro-endocriene tumoren verstoren. Om deze interferentie te voorkomen, moet een behandeling met VIMOVO ten minste 5 dagen voor de CgA-metingen worden gestopt (zie rubriek 5.1). Als de spiegels van CgA en gastrine na de eerste meting niet zijn genormaliseerd, moeten de metingen 14 dagen na stopzetting van de behandeling met de protonpompremmer worden herhaald. VIMOVO bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

  • Osteoartrose, reumatoïde artritis en ankyloserende spondylitis
  • Bij patiënten met risico op gastro-duodenale ulcera

Welke stoffen zitten er in VIMOVO?

 De werkzame stoffen in VIMOVO zijn naproxen (500 mg) en esomeprazol (20 mg).

 De andere stoffen (hulpstoffen) in de kern van VIMOVO zijn croscarmellosenatrium, magnesiumstearaat, povidon K90, colloïdaal siliciumdioxide, en in de filmomhulling carnaubawas, glycerolmonostearaat 40-55, hypromellose type 2910 (3 mPas, 6 mPas en 50 mPas), ijzeroxide (E172, geel, zwart), macrogol 8000, methacrylzuur-ethylacrylaat-copolymeer (1:1) dispersie 30%, methylparahydroxybenzoaat (E218), polydextrose, polysorbaat 80, propyleenglycol, propylparahydroxybenzoaat (E216), natriumlaurylsulfaat, titaandioxide (E171), triethylcitraat.

Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?

Gebruikt u naast VIMOVO nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft, inclusief kruidengeneesmiddelen. Dit is omdat VIMOVO de werking van sommige andere geneesmiddelen kan beïnvloeden. Ook kunnen sommige andere geneesmiddelen de werking van VIMOVO beïnvloeden.

Neem dit geneesmiddel niet in en informeer uw arts of apotheker als u:

 Een geneesmiddel gebruikt dat "atazanavir" of "nelfinavir" genoemd wordt (gebruikt om HIV te behandelen).

Informeer uw arts of apotheker als u een van de volgende geneesmiddelen inneemt:

 Acetylsalicylzuur (aspirine) (gebruikt als een pijnstiller of om bloedstolsels te voorkomen). Als u een lage dosis acetylsalicylzuur (aspirine) inneemt, kunt u VIMOVO misschien toch nog innemen.

 Andere NSAID's (inclusief COX-2-remmers).

 Bepaalde geneesmiddelen, zoals ketoconazol, itraconazol, posaconazol of voriconazol (gebruikt om schimmelinfecties te behandelen).

 Erlotinib (of andere geneesmiddelen van dezelfde klasse tegen kanker).

 Colestyramine (gebruikt om cholesterol te verlagen).

 Clarithromycine (gebruikt om infecties te behandelen).

 "Quinolone antibiotica" (voor infecties), zoals ciprofloxacine of moxifloxacine.

 Diazepam (gebruikt om angst te behandelen, om uw spieren te helpen ontspannen of bij epilepsie).

 Hydantoïnen zoals fenytoïne (gebruikt om epilepsie te behandelen).

 Lithium (gebruikt om bepaalde vormen van depressie te behandelen).

 Methotrexaat (gebruikt om reumatoïde artritis, psoriasis en kanker te behandelen).

 Probenecide (tegen jicht).

 Selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI's), (gebruikt bij de behandeling van ernstige depressie of angststoornissen).

 Ciclosporine of tacrolimus (geneesmiddelen om het afweersysteem te onderdrukken).

 Digoxine (gebruikt bij hartaandoeningen).

 Sulfonylureum-middelen zoals glimepiride (geneesmiddelen die via de mond worden ingenomen om de hoeveelheid suiker in uw bloed te reguleren als u suikerziekte heeft).

 Geneesmiddelen die diuretica worden genoemd (waterafdrijvende geneesmiddelen), om verhoogde bloeddruk te behandelen (zoals furosemide of hydrochloorthiazide), ACE-remmers.

vaak Infecties en parasitaire aandoeningen infectie diverticulitis Bloed- en lymfestelselaandoeningen eosinofilie, leukopenie Immuunsysteemaandoeningen overgevoeligheidsreac ties Voedings- en stofwisselingsstoornissen eetluststoornis vochtretentie, hyperkaliëmie, hyperurikemie Psychische stoornissen angst, depressie, slapeloosheid verwarring, abnormale dromen Zenuwstelselaandoeningen duizeligheid, hoofdpijn, smaakstoornis paresthesie, syncope slaperigheid, tremor Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen tinnitus, vertigo Hartaandoeningen aritmieën, hartkloppingen myocardinfarct, tachycardie Bloedvataandoeningen hypertensie Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen astma, bronchospasmen, dyspneu Maagdarmstelselaandoeningen dyspepsie buikpijn, constipatie, diarree, oesofagitis, flatulentie, gastro-duodenale ulcera*, gastritis, misselijkheid, braken droge mond, eructaties, maagdarmkanaal-bloeding, stomatitis glossitis, hematemesis, rectale bloeding Huid- en onderhuidaandoeningen huiduitslag dermatitis, hyperhidrose, pruritis, urticaria alopecia, ecchymosen Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen artralgie myalgie Nier- en urinewegaandoeningen proteïnurie, nierfalen Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen menstruatiestoornis

Zeer vaak Vaak Soms Zelden Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoorniss en oedeem asthenie, moeheid, pyrexie Onderzoeken abnormale leverfunctietesten, verhoging serumcreatinine

Naproxen De volgende bijwerkingen zijn gemeld bij patiënten die naproxen innamen tijdens klinische studies en in post-marketing rapporten.

Vaak Soms/Zelden Infecties en parasitaire aandoeningen diverticulitis aseptische meningitis, infectie, sepsis Bloed- en lymfestelselaandoeningen agranulocytose, aplastische anemie, eosinofilie, granulocytopenie, hemolytische anemie, leukopenie, lymfadenopathie, pancytopenie, trombocytopenie Immuunsysteemaandoeningen anafylactische reacties, anafylactoïde reacties, overgevoeligheidsreacties Voedings- en stofwisselingsstoornissen eetluststoornis, vochtretentie, hyperglykemie, hyperkaliëmie, hyperurikemie, hypoglykemie, gewichtsveranderingen Psychische stoornissen depressie, slapeloosheid agitatie, angst, verwarring, abnormale dromen, hallucinaties, nervositeit Zenuwstelselaandoeningen duizeligheid, slaperigheid, hoofdpijn, licht gevoel in het hoofd, vertigo cognitieve dysfunctie, coma, convulsies, moeite met concentreren, optische neuritis, paresthesieën, syncope, tremor Oogaandoeningen visusstoornissen troebel zicht, conjunctivitis, cornea-opaciteit, papiloedeem, papillitis Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen tinnitus, gehoorstoornissen gehoorvermindering Hartaandoeningen hartkloppingen aritmieën, congestief hartfalen, myocardinfarct, tachycardie Bloedvataandoeningen hypertensie, hypotensie, vasculitis Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen dyspneu astma, bronchospasmen, eosinofiele pneumonitis, pneumonie, pulmonaal oedeem, onderdrukte ademhaling Maagdarmstelselaandoeningen dyspepsie, buikpijn, misselijkheid, braken, diarree, constipatie, brandend maagzuur, peptische ulcera, stomatitis droge mond, oesofagitis, gastrische ulcera, gastritis, glossitis, eructaties, flatulentie, gastro-duodenale ulcera, maagdarmkanaalbloeding en/of perforatie, melaena, hematemesis, pancreatitis, colitis, verergering van inflammatoire darmziekten (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn), niet-peptische gastro-intestinale ulceratie, rectale bloeding, ulceratieve stomatitis Lever- en galaandoeningen cholestase, hepatitis, geelzucht, leverfalen Huid- en onderhuidaandoeningen pruritus, ecchymosen, purpura, huiduitslag alopecia, exantheem, urticaria, bulleuze reacties waaronder Stevens-Johnson-syndroom en toxische epidermale necrolyse (TEN), erythema multiforme, erythema nodosum, fixed-drug eruption, lichen planus, systemische lupus erythematosus, lichtgevoelige dermatitis, lichtgevoelige reacties, inclusief zeldzame gevallen die lijken op porphyria cutanea tarda (pseudoporfyrie), exfoliatieve dermatitis, angioneurotisch oedeem, pustulaire reactie Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen spierzwakte, myalgie Nier- en urinewegaandoeningen glomerulaire nefritis, hematurie, tubulo-interstitiële nefritis (met mogelijke progressie tot nierfalen), nefrotisch syndroom, oligurie/polyurie, proteïnurie, nierfalen, renale papilnecrose, tubulaire necrose Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen infertiliteit, menstruatiestoornis Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen moeheid, oedeem, zweten, dorst asthenie, malaise, pyrexie Onderzoeken abnormale leverfunctietesten, verhoogde bloedingstijd, verhoging serumcreatinine

Esomeprazol In klinische onderzoeksprogramma's en en/of uit post-marketing gegevens van maagsapresistent esomeprazol zijn de volgende bijwerkingen geïdentificeerd of vermoed. Geen enkele bijwerking bleek dosisgerelateerd te zijn.

Vaak Soms Zelden Zeer zelden Niet bekend Bloed- en lymfestelselaandoeningen leukopenie, trombocytopenie agranulocytose, pancytopenie Immuunsysteemaandoeningen overgevoeligheidsreacties bijv. koorts, angio-oedeem en anafylactische reactie/shock Voedings- en stofwisselingsstoornissen perifeer oedeem hyponatriëmie Hypomagnesiëmie; ernstige hypomagnesiëmie kan resulteren in hypocalciëmie. Hypomagnesiëmie kan ook met hypokaliëmie geassocieerd worden. Psychische stoornissen slapeloosheid agitatie, verwardheid, depressie agressie, hallucinaties Zenuwstelselaandoeningen hoofdpijn duizeligheid, paresthesie, slaperigheid smaakstoornis Oogaandoeningen troebel zicht Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen vertigo Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen bronchospasmen Maagdarmstelselaandoeningen buikpijn, diarree, flatulentie, misselijkheid/braken, constipatie, fundic gland poliepen (benigne) droge mond stomatitis, gastro-intestinale candidiasis microscopische colitis Lever- en galaandoeningen verhoogde leverenzymen hepatitis met of zonder geelzucht leverfalen, hepatische encefalopathie bij patiënten met reeds bestaande leverziekte Huid- en onderhuidaandoeningen dermatitis, pruritus, urticaria, huiduitslag alopecia, fotosensitiviteit erythema multiforme, Stevens-Johnson-syndroom, toxische epidermale necrolyse (TEN), medicijn-reactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) Subacute cutane lupus erythematosus (zie rubriek 4.4) Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen fracturen van de heup, pols of wervelkolom (zie rubriek 4.4) artralgie, myalgie spierzwakte Nier- en urinewegaandoeningen Tubulo-interstitiële nefritis (met mogelijke progressie tot nierfalen) Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen gynaecomastie Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen malaise, toegenomen transpiratie

• Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen, of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen of gesubstitueerde benzimidazolen
• Voorgeschiedenis van astma, urticaria of allergische reacties geïnduceerd door toediening van acetylsalicylzuur of andere NSAID's
• Derde trimester van de zwangerschap
• Ernstige leverinsufficiëntie (bijv. Child-Pugh C)
• Ernstig hartfalen
• Ernstige nierinsufficiëntie
• Actief ulcus pepticum (, Gastro-intestinale effecten, Naproxen)
• Gastro-intestinale bloeding, cerebrovasculaire bloeding of andere bloedingsstoornissen (, Hematologische effecten)
• VIMOVO mag niet gelijktijdig met atazanavir en nelfinavir worden gebruikt.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Naproxen: Remming van prostaglandinesynthese kan de zwangerschap en/of de embryonale/foetale ontwikkeling nadelig beïnvloeden. Gegevens uit epidemiologisch onderzoek suggereren een verhoogd risico op miskramen en op cardiale malformaties en gastroschisis na het gebruik van prostaglandinesyntheseremmers in de vroege fase van de zwangerschap. Het absolute risico op cardiovasculaire malformatie werd verhoogd van minder dan 1% tot ongeveer 1,5%. Er wordt aangenomen dat het risico toeneemt met de dosering en duur van de behandeling. Het toedienen van prostaglandinesyntheseremmers aan dieren, resulteerde in een verhoogd pre- en postimplantatie verlies en embryonale-foetale letaliteit. Daarnaast werd een verhoogde incidentie van diverse malformaties, inclusief cardiovasculaire, gemeld bij dieren die een prostaglandinesyntheseremmer hebben gekregen gedurende de periode van organogenese (zie rubriek 5.3). VIMOVO dient niet gebruikt te worden door vrouwen die proberen zwanger te worden of tijdens het eerste en tweede trimester van de zwangerschap tenzij het potentiële voordeel voor de patiënt groter is dan het potentiële risico voor de foetus. Vanaf de 20e week van de zwangerschap kan het gebruik van VIMOVO oligohydramnios veroorzaken als gevolg van nierfunctiestoornissen bij de foetus. Dit kan kort na aanvang van de behandeling optreden en is gewoonlijk omkeerbaar na stopzetting van de behandeling. Bovendien zijn er meldingen van ductus arteriosus constrictie na behandeling in het tweede trimester, waarvan de meeste verdwenen na stopzetting van de behandeling. Daarom,als naproxen wordt gebruikt bij een vrouw die probeert zwanger te worden, of tijdens het eerste of tweede trimester van de zwangerschap, dan dient de dosis zo laag mogelijk en de behandeling zo kort mogelijk te worden gehouden. Na blootstelling aan VIMOVO moet prenatale controle op oligohydramniosis en ductus arteriosus vernauwing worden overwogen gedurende enkele dagen vanaf zwangerschapsweek 20. VIMOVO moet worden gestaakt indien oligohydramnio of ductus arteriosus constrictie wordt geconstateerd. Tijdens het derde trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandinesyntheseremmers de foetus blootstellen aan:  cardiopulmonaire toxiciteit (voortijdige constrictie/sluiten van de ductus arteriosus en pulmonaire hypertensie);  renale disfunctie (zie hierboven); en de moeder en neonaat aan het eind van de zwangerschap blootstellen aan:  mogelijke verlenging van de bloedingstijd, een antiaggregatie effect dat zelfs bij zeer lage doseringen kan voorkomen;

 remming van de contractie van de uterus wat resulteert in een uitgestelde of verlengde bevalling. Ten gevolge hiervan is VIMOVO gecontra-indiceerd tijdens het derde trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.3). Esomeprazol: Er zijn beperkte data beschikbaar over het gebruik van esomeprazol bij zwangere vrouwen. Voor het racemisch mengsel omeprazol zijn er uit epidemiologische studies gegevens beschikbaar, over een groter aantal blootgestelde zwangerschappen. Deze gaven geen aanwijzingen voor misvorming of foetotoxische effecten. Tijdens dierstudies met esomeprazol zijn geen aanwijzingen gevonden voor directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot de embryonale/foetale ontwikkeling. Directe of indirecte schadelijke effecten op de zwangerschap, bevalling of postnatale ontwikkeling zijn niet gezien in dierstudies met het racemisch mengsel. Borstvoeding Naproxen wordt in geringe hoeveelheden uitgescheiden in de moedermelk. Het is niet bekend of esomeprazol in de moedermelk wordt uitgescheiden. Een gepubliceerde melding over het racemisch mengsel omeprazol wees op uitscheiding van geringe hoeveelheden in moedermelk (voor gewicht gecorrigeerde dosis < 7%). VIMOVO dient niet te worden gebruikt tijdens de periode van borstvoeding. Vruchtbaarheid Het gebruik van NSAID's zoals naproxen kan de vrouwelijke fertiliteit verstoren. Het gebruik van VIMOVO wordt niet aanbevolen bij vrouwen die zwanger willen worden (zie rubriek 4.4).

Volwassenen

  • 1 tablet, 2 x /dag

Toedieningswijze

  • De tablet in zijn geheel met water innemen
  • Ten minste 30 minuten voor de inname van voedsel
CNK 2789584
Organisaties Grunenthal
Merken Grunenthal
Breedte 48 mm
Lengte 105 mm
Diepte 48 mm
Hoeveelheid verpakking 60
Actieve ingrediënten esomeprazol magnesium, naproxen
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)